Verslag Partnerlunch De Stelling – Ymere
1. Opening en acties
De bijeenkomst werd geopend door Sofie, die de aanwezigen welkom heette. In het bijzonder werden Vink Bouw en Wiehag verwelkomd als nieuwe partners binnen het netwerk.
Belangrijke actie: Alle partners worden dringend verzocht hun projecttemplates uiterlijk eind juni aan te leveren (voor zover dit nog niet is gebeurd). Tijdens de eerstvolgende partnerlunch zullen de ingezonden templates gezamenlijk worden besproken.
2. Updates uit het programmateam
Kansenkaarten houtbouw: geïnspireerd door het succes en het voorbeeld van de gemeente Amsterdam, gaan inmiddels meerdere gemeenten in de regio actief aan de slag met het opstellen van eigen kansenkaarten voor houtbouw.
Vergunningverlening (VTH): volgende week worden er twee specifieke VTH-sessies georganiseerd. Deze sessies staan in het teken van het VTH-document van de gemeente Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Het uiteindelijke doel is dat alle omgevingsdiensten (OD's) dit document uniform gaan hanteren bij vergunningaanvragen voor massieve houtbouw. Er is op donderdag een sessie waar marktpartijen input kunnen geven op dit document. Hier kan men zich nog aanmelden.
Integratie instrumenten: in samenwerking met de NABB (Nationale Aanpak Biobased Bouwen) wordt gewerkt aan de integratie van het Kwaliteitskader en het Biobased Bouwkeuze Kompas. Om de kennis van alle partners up-to-date te houden, worden er binnenkort speciale kennissessies georganiseerd.
Monitor MRA: er is een eerste teaser gedeeld van de monitor voor houten projecten binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Tijdens de volgende bijeenkomst zal dieper worden ingegaan op de exacte projecten, huidige en toekomstige aantallen, en wat deze data betekenen voor de gezamenlijke ambities.
3. Definitie houtbouw – Richting 2026–2030
De huidige definitie van houtbouw (gebaseerd op volumepercentages biobased materiaal per gebouwtypologie) is toe aan herziening bij de ondertekening van het nieuwe Houtbouw Pact. De gemeente Amsterdam heeft hiervoor een gedegen onderzoek laten uitvoeren door Copper8 (Mathijs van Kouwen) en Alba Concepts (Thijs Goede).
Kernaanbevelingen en toelichting (Copper8)
Van volume naar massa: er wordt geadviseerd om te sturen op het aandeel biobased materiaal gemeten in massa (gewicht) in plaats van volume. Dit sluit beter aan bij de NEN-definities. In de NTA is een gewichtsberekening bovendien al verplicht; volume is daar eventueel uit af te leiden.
Demarcatie (scope): er wordt gerekend vanaf maaiveld, wat betekent dat de fundering en een eventuele kelder buiten de scope vallen. Dit zorgt voor een eerlijk speelveld tussen projecten. Een nadere aanscherping hiervan wordt verwerkt in het eindrapport en raakt de NTA 8230.
Bepaling en meetmomenten: het biobased gehalte wordt bepaald via een materiaalbalans op basis van droge massa, bij voorkeur onderbouwd met productgegevens via koolstofdatering. Meten gebeurt tijdens de vergunningaanvraag (as-designed) en wordt geactualiseerd bij de oplevering (as-built).
Installaties: installaties worden meegenomen in de scope, maar er wordt realistisch opgemerkt dat een 100% biobased installatie op dit moment niet haalbaar is.
Randvoorwaarden: succes valt of staat met de beschikbaarheid van massa- en biobased data in de Nationale Milieudatabase (NMD), een geborgde kwaliteit van MPG-berekeningen en een aantoonbaar verantwoorde herkomst van het hout (bijv. FSC/PEFC).
Discussiepunt en vragen uit de groep:
Houtobesitas: dit wordt in de praktijk grotendeels gereguleerd door kostensturing. Vanuit de gemeente Amsterdam werd aangevuld dat ook sturing op CO₂-uitstoot en de MKI (Milieukostenindicator) helpt om 'houtobesitas' (overbodig materiaalgebruik) tegen te gaan.
Voordelen massa-sturing: sturen op biobased materialen stimuleert lichter bouwen, wat direct leidt tot een minder zware fundering en lagere funderingskosten.
Gezondheid en kringlopen: aandacht is gevraagd voor de toxiciteit en circulariteit bij gemengde materialen. Zodra materialen verlijmd zijn, verhuizen ze naar de technische kringloop (in plaats van de biologische). Dit vraagt specifieke aandacht bij producten met bijvoorbeeld een 50% CO₂-gehalte.
NABB 2.0: Imme lichtte toe dat de NABB (2024–2030) binnenkort fase 2 ingaat. Hierin vindt een herijking van de doelstellingen plaats in nauwe samenwerking met de opdrachtgevende ministeries.
Benchmark en grenswaarden (Alba Concepts)
Alba Concepts heeft historische data van gerealiseerde projecten geanalyseerd om realistische maar ambitieuze grenswaarden te bepalen. Dit is gedaan via een representatieve benchmarkstudie en een validatieset vanuit de BCI (Losbladigheidsindex). Op basis van de mediaan wordt geadviseerd om de minimale massapercentages op 'peloton-niveau' (de stabiele middenmoot/voorhoede) vast te stellen als de nieuwe wettelijke of contractuele grenswaarden.
4. Case: De Stelling (Ymere & INBO)
Denise (Ymere) en Rick Bakker (architect INBO) gaven een uitgebreide toelichting op het project 'De Stelling' in Haarlem. De naam verwijst naar de Stelling van Amsterdam, waar historisch gezien – met toestemming van de minister van Oorlog – in brandbaar materiaal gebouwd moest worden.
Projectkaders en businesscase
Investeringsbesluit: omdat houtbouw vaak als te duur wordt ervaren en projecten daardoor sneuvelen, heeft Ymere een specifiek houtbouw- en leerbudget van 11 miljoen euro vrijgemaakt. Dit zorgt voor kennisopbouw en toekomstige kostenvermindering.
Ambitie en subsidie: waar het oorspronkelijke knock-out criterium op 7 bouwlagen lag, heeft de hoge ambitie van de gemeente Haarlem een gebouw van 10 lagen mogelijk gemaakt. Vanwege de harde deadline van de WBI-subsidie moest de bouw in 2026 starten. Dit leidde tot een zeer strakke planning van slechts 16 maanden van planvorming naar uitvoering.Samenwerking: er is gewerkt op basis van een 'open boek'-principe en innige samenwerking met de gemeente Haarlem. Beide partijen deden concessies: Ymere accepteerde een lager normrendement en Haarlem verlaagde de grondprijs.
Portefeuille Ymere: Ymere bouwt circa 600 nieuwbouwwoningen per jaar, waarbij gestuurd wordt op 20% houtbouw (125 woningen). Bij een geplande opschaling naar 750 woningen per jaar zal dit absolute aantal houten woningen gelijk blijven, waardoor het procentuele aandeel relatief daalt naar 16%.
Ontwerp en constructie (INBO)
Gebouwontwerp: het betreft een portiek ontsloten gebouw met een 'wokkeltrap' en compacte tweekamerwoningen met een vaste beukmaat. Er is een extra draaglijn in de woning toegevoegd. Kolommen in de woningen hoeven niet met gips te worden afgetimmerd. De bovenste laag bestaat uit driekamerwoningen.
Hybride opzet: de constructie bestaat uit een halfverdiepte betonnen parkeergarage op de begane grond met daarboven de houtconstructie. De gevel is voorzien van natuurleien (na een lang voortraject met Pretty Plastic). Er is geen hout zichtbaar in de buitengevel; het hout is puur constructief en binnen zichtbaar.
Materiaal-efficiëntie: ondanks de 10 lagen bevat het gebouw 57% hout in volume. Er is hier absoluut geen sprake van 'houtobesitas'. De houtleverancier is CLT-S, waarbij constructief adviseur Luning heeft gezorgd voor een vergaande optimalisatie.
Brand en vochtbeheersing
Brandveiligheid: de details zijn intensief afgestemd met de brandweer. Omdat de brandweer vanwege de parkeergarage het gebouw minder makkelijk kan benaderen, was er discussie over sprinklers (waar de corporatie geen voorstander van is). Uiteindelijk worden vloeren en kolommen nu afzonderlijk en hoogwaardig beschermd.
Vochtbeheersing: dit was het grootste risico (opsluiting van vocht). In overleg met de verzekeraar is een strikt vochtbeheersplan opgesteld waarbij om de week metingen worden verricht. De harde grenswaarde is 18% vochtgehalte.
Faseringslessen: het bleek een utopie om in de eerste fase alle kieren en naden direct volledig vochtdicht te krijgen; vocht slaat altijd door. Ook het volledig inpakken in folie per verdieping werkte niet door de vele sparingen voor kolommen en balken. Er is gekozen voor een hybride aanpak: naden en kieren pragmatisch beperken en direct in de ontwerpfase focussen op controleerbare, snel te dichten knooppunten.
Uitvoering en Logistiek
Bouwsnelheid: De combinatie van prefab beton en houtbouw zorgt voor een enorme snelheid: er wordt circa 13 dagen per verdieping gebouwd. De eerste kolom is eind oktober 2025 geplaatst, in november 2025 kwam de houtbouw goed op gang.
Weersomstandigheden: Januari en februari 2026 waren extreem nat, wat veel extra werk opleverde qua watermanagement (dweilen en trekken). De harde les is dat bouwen in hout bij voorkeur tussen april en september moet plaatsvinden.
Verbindingen: Het gebouw wordt bijeengehouden door circa 10.000 schroeven. Er wordt gekozen voor zelfborende schroeven omdat voorboren te veel tijd kost. Wel wordt er momenteel nog onderzoek gedaan naar de interactie bij harde staal-op-staal verbindingen, aangezien dit materiaal bros kan worden en kan breken.
Maakbaarheid: Houtbouw is een vergevingsgezind materiaal tijdens de montage, maar de locatiekeuze is cruciaal voor een veilige en efficiënte bouwplaatsinrichting.
5. Overkoepelende geleerde lessen
Fluctuatie: Verschillende bouwmethoden en gebouwtypologieën zorgen voor een natuurlijke variatie in prestaties tussen projecten. Er is geen 'one-size-fits-all'.
Integraal ontwerpen: Begin bij de engineering direct bij de meest kritische knooppunten (details) en ontwerp pas daarna de rest.
Veranderende wetgeving: Regelgeving wijzigt continu. Dit heeft grote impact op financiële instrumenten (zoals de plotselinge wijzigingen in de MIA-subsidie). Duurzaamheidseisen moeten daarom standaard onderdeel worden van het productconcept van bouwers.
Uniformiteit brand: Er is landelijk en regionaal grote behoefte aan uniformiteit in hoe brandweerkorpsen houtbouwprojecten beoordelen.
Bouwplaatsproces: Vochtbeheersing op de bouwplaats blijft de grootste operationele uitdaging. Opschaling van houtbouw vraagt om strikte processturing en een ketenbrede optimalisatie.
6. Volgende Partnerlunch:
Partnerlunch Q3 - ProjectbezoekThe Ark, georganiseerd door Amvest en De Nijs. Gezamenlijke bespreking van de ingezonden templates en een diepere duik in de data en ambities van de MRA-monitor.